Negen werkelijk schitterende kunstobjecten, waarvan acht uitgevoerd in opaal, in melkachtig wit glas en één in zilver, vullen het hart van het vorig jaar geopende cultureel centrum Koningshof te Maassluis. Elf spots lichten de hangende beelden bij avond en nacht helder wit op. Het daglicht en de zon zorgen hier op specifieke wijze voor. De kunstobjecten stellen de burgers van Maassluis voor.
Deze originele werken, waarmee Koningshof zich uniek mag noemen in de wereld - niet eerder werden op deze wijze en op dit formaat beelden in glas (handgeblazen) vervaardigd - zijn van beeldend kunstenaar Adriaan Rees uit Amsterdam. Voor deze veelzijdige kunstenaar was het een eerste kennismaking met glas.
Afgelopen donderdag 11 mei werden de kunst hang/objecten plus een groot verrijdbaar keramisch vloerobject, onthuld door wethouder van cultuur en financiën: de heer John Scheerstra.
‘De inzending van Adriaan Rees was het meest poëtische ontwerp,’ oordeelde de selectiecommissie, waaraan zij toevoegde: ‘de kunstenaar heeft goed gebruik gemaakt van de beschikbare ruimte: hij creëerde een denkbeeldige tweede laag in het gebouw, waarop willekeurig gekozen Maassluizers werden afgebeeld.’
door Willy de Boo
Adriaan Rees, een terugkerend thema in uw werk, is de mens en zijn ruimte, niet?
De mens en zijn omgeving, ja. Heel veel dingen zijn hier op terug te voeren binnen mijn werk, dat bestaat uit zeer uiteenlopende objecten. Alles om de mens heen is constant in verandering; terwijl er toch ook weer weinig dingen constant zijn.
Noemt u eens iets?
Ik woon in Amsterdam waar alle straten altijd opgebroken liggen. Er wordt steeds meer bijgebouwd. Dan wordt er weer een metro aangelegd en wordt er opgebroken. Dan worden er weer kabels aangelegd, vervolgens weer opgebroken …ga zo maar door. De omgeving verandert dus steeds en wordt tegelijkertijd minder natuurlijk.
Drijven we af van onze natuurlijke omgeving, denkt u?
Tot voor honderd geleden, was de mens veel meer met zijn omgeving verbonden, hij was er meer afhankelijk van. ’s Winters at hij boerenkool en ’s zomers aardbeien. Nu kan hij het gehele jaar door van alles kopen; het doet er allemaal niet meer zo toe. De mens kent zijn omgeving eigenlijk niet meer; die is van ondergeschikt belang geworden; hij raakt er los van. Eerst was er radio, toen tv en nu is daar internet. Alles wordt ook in toenemende mate virtueel.
Vervreemdt de mens hierdoor ook van zichzelf?
Zal zeker ook het geval zijn. Maar van zijn omgeving in ieder geval.
Ik dacht eigenlijk dat dit in Amsterdam met al die specifieke buurten nog wel mee viel?
Nou, nee hoor! Neem de Jordaan als voorbeeld. Vroeger was dit een heel bekende volkswijk, nu wonen er enkel nog yuppen en studenten. Veel autochtonen vertrekken naar buitenwijken in Almere. Die snelle verandering, die nog nooit zo snel is geweest, vind ik niet alleen pijnlijk, maar ook interessant.
Maar zegt u nu eigenlijk dat het vroeger allemaal beter was?
Zeker niet, maar het is slechts een constatering. We staan aan de voet van een heel nieuw tijdperk; we zijn net met een omslag bezig. Binnen die omslag gebeurt er dus veel; voor mij een vruchtbare periode om inspiratie uit te halen.
Nu vertelde u straks naar China te gaan: een land bij uitstek in een snelle omslag!
Dat is de reden waarom ik er graag naar toe ga. Die beweging intrigeert mij. Ik heb er inmiddels vele malen gewerkt en ook les gegeven aan de universiteit in Xamen, dus ook heel veel inspiratie opgedaan.
Terug naar uw beelden in Maassluis. Hoe bent u na de verkregen opdracht, uiteindelijk op dit idee gekomen?
Ik ben iemand die in zijn atelier vrij werkt. Ik ben ook iemand die in opdracht kunst vervaardigt, maar vanuit een blanco vertrekpunt. Je hebt kunstenaars die een bepaald oeuvre hebben, dat kan bijvoorbeeld abstract zijn of figuratief, noem maar op. Die kunstenaars maken dan ook zo iets. Ik verdiep me altijd in de omgeving van waaruit mijn opdracht afkomstig is. Dan kom ik op vragen zoals: wie is de gebruiker van deze omgeving? Hoe gaat hij hier mee om? Wat is de functie van die omgeving? Deze vragen en antwoorden inspireren mij tot een bepaald kunstwerk.
Hoe heeft u dit hier, in het atrium te Koningshof, weergegeven?
Toen ik mijn schetsontwerp indiende, noemde ik het ‘de gelaagdheid van Maassluis’. Het moest voor mij over gewone burgers in hun eigen omgeving gaan. Dit werd mij ingegeven door de naam Koningshof, een ontmoetingsplek voor alle burgers van Maassluis. Bijna een klassiek thema, zoals je ‘de burgers van Calais’ van Rodin hebt. De burgers wilde ik dus weergeven in eigentijdse beelden. Hier in Koningshof hebben we dus een heel hoge schitterende ruimte van ruim 10m, een atrium. Een multifunctioneel gebouw ook voor allerlei doeleinden. Ik heb met mijn glazen kunstobjecten/burgers een imaginaire laag willen aanbrengen.
Daar bent u dan ook in geslaagd!
Ze hangen allemaal op een bepaalde hoogte in de ruimte, maar hun voeten bevinden zich op
5,25m.
Het zijn voorbeelden naar bestaande mensen niet?
De beelden vormen een doorsnede van gewone mensen uit Maassluis. Mensen, die mogelijk Koningshof vaker of minder vaak, om welke reden dan ook, bezoeken. Het zijn burgers die ik tegengekomen ben in het winkelcentrum of zo maar op straat. Ik heb vooraf toestemming gevraagd om hen te mogen fotograferen. Veel mensen vonden het een leuk idee om aan mijn project mee te werken. Het leuke is dat sommigen zichzelf er ook nu nog in herkennen, terwijl er toch veel gedaanteverwisselingen aan het uiteindelijke resultaat vooraf gegaan zijn.
Zoals?
Vanaf de foto’s heb ik die mensen geboetseerd in een atelier in Praag, een verandering van het beeld dus. Daarna heb ik er gipsen mallen van gemaakt, dan krijg je al weer een verandering. Vervolgens werd er in de mallen met de hand glas geblazen. Dat heb ik laten doen in een atelier in Tsjechië.
Waarom in Tsjechië?
Omdat dit in Nederland niet mogelijk was vanwege de grootte, die het veel te ingewikkeld maakte voor de glasblazers hier. Zelfs in Tsjechië durfde men het aanvankelijk niet aan. Vergeet niet: het zijn extreme formaten!
Straks zal ook een keramisch werk van u onthuld worden, wat stelt dit voor?
Ook een burger van Maassluis, een leerling van de muziekschool, die met zijn gitaar op de rug op dat moment net de trap af kwam lopen. Toen het object – in koningsblauw keramiek uitgevoerd - hier neergezet werd, herkende iemand hem zelfs: ‘o, dat is die en die van de muziekschool,’ (lachend): ‘hij komt altijd te laat!’
Waarom heeft u eigenlijk voor één figuur in zilver gekozen?
Het is een jongetje, dat model staat voor de opgroeiende jeugd, de toekomst.
Elk beeld heeft zijn eigen verhaal?
Die man daar, draagt een aktetas. Daar hangt iemand met een lange jas en een hoge kraag. Ik moest wel lachen, want de glasblazers in Tsjechië hadden alle beelden een naam geven om ze uit elkaar te kunnen halen. De man met de lange jas en de hoge kraag noemden ze bijvoorbeeld de generaal. Aan de andere kant hangt een mevrouw met een hoofddoekje. Haar heb ik met name gefotografeerd, omdat zij een doorsnee oma was. Aan de achterkant zou je kunnen denken: dat zal wel een moslima zijn, terwijl het vijftig jaar geleden heel gewoon was dat veel mensen in Nederland een hoofddoek droegen.
U heeft voor wit en blauw gekozen?
Heel simpel: omdat dit de kleuren van Maassluis zijn!
U hebt het vak uitgeoefend van fysiotherapeut. Heeft dit beroep u nu juist niet een voorsprong gegeven binnen uw studie aan de Rietveld academie?
Ja, dat idee heb ik wel. Ik had natuurlijk al veel kennis van anatomie, van beweging en houding. Een fysiotherapeut voelt overigens altijd waar er iets fout zit. Je hebt een soort gevoeligheid in de vingers, die erg van pas komt bij het boetseren.
Dat is overigens één van de technieken die u binnen uw kunst toepast. Want u werkt met klei, met glas, met stof, met zeefdruk, met fotografie e.d.
Het is wel zo dat klei – zeker de laatste jaren – van al deze disciplines mijn lievelingsmateriaal is omdat het zo direct is. Je kunt het heel direct behandelen; je vingerafdrukken zijn duidelijk waar te nemen. Ik kan me heel goed met klei uitdrukken. Dat is ook de reden – en dit maakte het voor de glasblazers in Tsjechië ook zo moeilijk – dat ik niet wilde dat zij zo maar een vorm gingen blazen totdat ik zei dat het goed was. Nee, ik wilde de figuren zelf kneden in klei. Van welke figuren zoals gezegd, gipsen mallen gemaakt moesten worden. In die mallen moesten de glasblazers gaan blazen, zodat het glas de vorm ging aannemen van de mallen. Die mallen waren dus mijn kleifiguren. Dat proces heb ik uiteraard van a tot z gevolgd. Om u een idee te geven: daartoe moest ik wel zeven maal afreizen naar Tsjechië!
Wanneer is een object voor u geslaagd?
Wanneer het gaandeweg lastig is en wanneer je er uiteindelijk zelf over verbaast.